Dankt Drenthe naam Klatering aan de ratelpopulier?

Al enige tijd wordt er onder naamkundigen en leken gespeculeerd over de herkomst van de naam van het Drentse buurtschap Klatering. De Talenwinkel van de RUG is op verzoek van de plaatselijke buurtvereniging op zoek naar de betekenis en herkomst van deze plaatsnaam. Zo is ontdekt dat de eerste bronnen wijzen naar Klatering als plek waar een kwebbelaar woonde. De naam voor de buurtschap houdt hoogstwaarschijnlijk verband met de eerste boerderij aldaar, waarvan de bewoners in 1400 al Claterynge heetten.

Maar waren de bewoners van deze stulp nu werkelijk praatzieke mensen of moet men het in een andere richting zoeken? Het zou ook kunnen dat klater- verwijst naar iets in de omgeving (ligging) van de boerderij. De betekenissen die dan volgens het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT, 29 delen!) in aanmerking komen zijn: a. samenklevende halfweke massa, bijvoorbeeld modder, b. de klaterpeppel = ratelpopulier, c. verzameling onkruid behorend tot de familie van Rhinanthaceeën, ratelaar.
     De vroegste vermelding van de familienaam Klatering komt uit 1400 en is waarschijnlijk al eerder daarvoor ontstaan. Dat betekent dat de interpretaties van klater ook al in de Middeleeuwen bekend moeten zijn geweest en in het tiendelig Middelnederlandsch woordenboek (1885-1952) zou kunnen staan. Helaas geldt dit niet voor de eerste drie. De betekenis ratel vinden we wel, maar de boomsoort ratelpopulier of ratelaar wordt slechts summier behandeld. Ook betekende klater in het Middelnederlands niet modder, maar wel klodder, maar of dat hetzelfde is als modderig terrein is discutabel.
     Dit wil overigens nog niet zeggen dat de overige drie betekenissen van klater in de Middeleeuwen niet voorkwamen, want er zijn natuurlijk uit die tijd veel minder geschreven teksten bewaard gebleven. Bovendien was er toen nog geen sprake van een nationale eenheidstaal. Het Nederlands bestond eigenlijk niet, maar was een verzameling van streektalen. Het is zaak na te gaan of deze betekenissen destijds in het gebied Drenthe werden gebruikt. Daarvoor geeft het huidige Drents ons een indicatie, daar slechts de betekenis van klater als zijnde een ratelpopulier nog in het Drents te vinden is.

De naamkundige R.A. Ebeling concludeert dan ook: “Mijn voorkeur heeft de boom. Misschien is het voorstadium van de boerderijnaam een veldnaam geweest, want bij de vorming van veldnamen heeft -ing in Oost-Nederland en het aangrenzende Duitsland een rol gespeeld. Mooi zou zijn als wij zouden weten of men in Drenthe omstreeks 1400 het woord klater gebruikte als men een bepaalde boomsoort bedoelde.”
     Maar het is moeilijk vast te stellen of de ratelaar in die tijd in het huidige Klatering voorkwam. Het is wel bekend dat deze planten vroeger meer voorkwamen dan nu, maar wat dat zegt over de tijd vóór 1400? Dendrologisch onderzoek danwel pollenonderzoek zou uitkomst kunnen brengen, maar is zeer waarschijnlijk niet haalbaar. Voorlopig houdt men het er op dat vóór 1400 op deze plek ten noorden van het dorp Beilen ratelpopulieren groeiden, waarnaar mogelijk eerst een veld, en later een boerderij genoemd werd, waarvan de bewoners zich rond de 15e eeuw ook Clateringe noemden. Om deze boerderij heen ontstond later het buurtschap Klatering. Meer onderzoek naar de oorsprong van deze bijzondere buurtschapsnaam zou op zijn plaats zijn…

bron: http://www.dvhn.nl (28 mei 2004; RJ)