Over de
totstandkoming van de Faeröerse spelling
Van de vijf Noordgermaanse of Scandinavische talen is het Faeröers (Faer. fųroyskt)
de taal met het kleinste aantal sprekers. De taal is de eerste officiėle taal
van de Faeröer, een eilandengroep in de Noord-Atlantische Oceaan
bestaande uit achttien eilanden die, evenals Groenland, een status aparte
inneemt binnen het koninkrijk Denemarken. Heden ten dage zijn er zo’n 48.000
sprekers van het Faeröers.
Het Faeröers is de facto een verbastering van het dialect dat de
kolonisatoren van de eilanden, vikingen uit Zuidwest-Noorwegen, aan het einde
van de 9e eeuw meebrachten naar de eilandengroep. In de loop van de
eeuwen heeft dit dialect zich ontwikkeld tot een afzonderlijke Scandinavische
taal met karakteristieken die in hoge mate afwijken van de omringende talen
IJslands en Noors. De Faeröerse spreektaal is door de tijden heen met name beļnvloed
door het Keltisch, Engels en Duits. Uit het Nederlands leende de taal enkele
scheepvaarttermen. Grootste invloed onderging het Faeröers echter van het Deens,
de taal waaraan het eeuwenlang ondergeschikt was: het Faeröers is dan ook pas
sinds 1948 de eerste taal van de eilandengroep, daarvoor was dat het Deens.
Aan het eind van de 18e eeuw ontstond er een toenemende interesse van
de zijde van wetenschappers, met name taalkundigen, voor de taal van de Faeröer.
Onder hen was de Faeröerder Jens Christian Svabo (1746-1824) die naar
aanleiding van een studiereis een glossarium samenstelde dat gedrukt werd in een
woordenboek Faeröers-Deens-Latijn (pas in druk uitgegeven in 1966). Aangezien
er nog geen officiėle spelling voor het Faeröers bestond, spelde Svabo de
woorden fonetisch, dat wil zeggen zoals ze werden uitgesproken. Evenals Svabo,
kon ook priester Johann Henrik Schröter (1771-1851), die een aantal decennia
later het Evangelie van Matteüs in het Faeröers vertaalde en hiervoor ook een
zelfontworpen spelling gebruikte, echter rekenen op veel kritiek. Hun
spellingswijzen zouden teveel op het eigen dialect van de samenstellers geėnt
zijn en bovendien zouden zowel Svabo als Schröter teveel leenwoorden gebruikt
hebben.
Een eerste aanzet tot een officiėle spelling voor het Faeröers kwam toen het
Deense letterkundige genootschap Det danske Oldskrifteselskab een verzoek
richtte aan de Faeröerse dominee Vencesclaus Ulricus Hammershaimb (1819-1909)
om een spelling samen te stellen die kon rekenen op de steun van de meerderheid
van de eilandbevolking. Hammershaimb accepteerde de opdracht en ging aan het
werk. Bij zijn keuze tussen de verschillende spellingswijzen liet hij zich met
name leiden door het romantisch-scandinavisme, een stroming die het
vikingverleden van Scandinaviė verheerlijkte. Hierdoor werd de spelling van
Hammershaimb gekleurd met name door het Oudijslands, de taal waarin de beroemde
IJslandse saga’s waren geschreven. Zo introduceerde hij de letters /š/ en /ž/
in het Faeröers, die tot dan toe slechts in het IJslands gangbare schrifttekens
waren. Aangezien de /š/, die in het IJslands gerealiseerd wordt als de stemloze
/th/ uit het Engels, in het Faeröers in het geheel niet wordt uitgesproken, was
dit een opvallende keuze. Hammershaimb wilde een etymologische spelling, zodat
niet de indruk kon worden gewekt dat de spelling gebaseerd was op slechts één
van de Faeröerse dialecten. Zo koos hij ervoor om het consonantcluster /hv/,
dat in het Faeröers en IJslands altijd als [kv] wordt uitgesproken, toch weer
te geven als /hv/, wat ook in de IJslandse spelling het geval is (cf. Faeröers/IJslands
hval- ‘walvis-’ met Nynorsk-Noors kval-).
Hammershaimbs voorstel voor een spelling was gereed in 1846 en werd goedgekeurd.
Tot op heden wordt zij gebruikt als officiėle spelling van het Faeröers, zij
het na aanpassing aan het zgn. brekingsprincipe (Faer. broyting)
waarbij onder meer verschil wordt gemaakt tussen historische /i/ en /y/ (cf.
Hammershaimb 1846: firi “voor”; 1891 fyri) en een aantal
veranderingen werd aangebracht in consonantisme en vocalisme van het oudere
spellingssysteem.
In 1948 werd in paragraaf 11 van de zgn. Heimestyreloven (“Wet van
zelfbestuur”) de status van het Faeröers officieel vastgelegd: “fųroyskt
veršur višurkent sum hųvušsmįl, men danskt skal lęrast vęl og viršiliga”,
“het Faeröers wordt erkend als hoofdtaal, maar het Deens dient goed en
zorgvuldig (aan)geleerd te worden”. (RvE)